Een wezenlijk herstel

De schepping wacht op u
In Romeinen 8, in de bijbel, kijkt Paulus vooruit naar wat staat te gebeuren als Jezus Christus terugkomt. Hij schreef in regel 19 t/m 23:

"Want met hunkerend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden van de kinderen van God (de christenen). De schepping is namelijk onderworpen aan dood en verval, niet vrijwillig, maar om Hem, die haar daaraan onderworpen heeft. Maar met hoop: ook de schepping zal bevrijd worden uit de macht van dood en verval en dezelfde heerlijke vrijheid krijgen als de kinderen van God. Want wij weten, dat tot nu toe de hele schepping, in al haar delen,  zucht en in barensnood is. En niet alleen zij. Dat geldt ook voor ons, hoewel wij al de (Heilige) Geest ontvangen hebben als - voorgerecht -,  zuchten in onszelf, hunkerend naar de aanneming tot kinderen, wat ons verlost van ziekte en dood." 

Paulus zegt hier dat wanneer onze lichamen -lichamen van mensen - uit de doden opgewekt worden, dat dan tegelijkertijd de natuur ook zal worden verlost. Het bloed van Jezus zal mens en natuur tezamen bevrijden. Net zoals het in Egypte tijdens het Pascha (zie Exodus)  gedaan heeft, toen het bloed dat aangebracht was op de posten van deuren, niet alleen de hebreeuwse zonen maar OOK hun dieren redde.

Het uitgangspunt van geestelijk leven voor christenen
Evenals de dood van Christus mensen verlost, hun lichamen inbegrepen, van de gevolgen van de zondeval, zal Zijn dood ook de natuur verlossen van die gevolgen, op het ogenblik van onze opwekking uit de doden. In Romeinen 6 nu, past Paulus deze toekomst-overtuiging toe op onze huidige situatie. Het is het uitgangspunt van het geestelijk leven van christenen. Christus is gestorven, Christus is uw heilig-maker, Christus komt terug om u uit de dood op te wekken. Het gelovige weet wat de dood van Christus inhield en wat Zijn wederkomst zal uitwerken, en ontvangt daarvoor kracht van Zijn Geest. Door zo'n geloof kan u reeds nu wezenlijk zo leven. "Beschouw uzelf daarom dus als dood voor de zonde. Omdat u EEN bent met Christus Jezus, leeft u nu voor God." Dus wij zien niet alleen uit naar de toekomst, die eens volmaakt zal zijn. Maar door wat Jezus gedaan heeft, behoren wij nu al een wezenlijke herstel te verwachten van al wat door de zondeval verziekt is.

Wezenlijk herstel
Wij, zowel ieder individueel als ook gezamenlijk, behoren te laten zien dat het christendom de mogelijkheid tot wezenlijk herstel in zich draagt. Ja, nu al op alle gebieden waar de zondeval zijn scheidingen teweeg heeft gebracht:

  • Herstel van mijn breuk met God door rechtvaardigmaking door het verzoeningsoffer van Jezus, wat er ook voor zorgt dat ik mij dagelijks met God laat verzoenen.
  • Herstel van de psychologische scheiding van de mens met zichzelf
  • Herstel van de sociologische scheiding tussen de mensen onderling.
  • Herstel van de scheiding tussen de mens en de natuur
  • Herstel van de scheiding tussen de natuur en zichzelf.

Op al deze terreinen dienen we wezenlijk herstel te verwachten. De heer F.A. Schaeffer heeft er lang over nagedacht voordat hij het woord 'wezenlijk' gebruikte. Uiteindelijk vond hij dat het juiste woord ervoor: het doet denken aan een herstel dat niet volmaakt is, maar wel echt, klaarblijkelijk en dus wezenlijk is.

Geroepenen
Vanwege dat wat eens gebeurd is en wat eens komen zal, zijn wij geroepen om nu op deze wijze te leven, door het geloof. Deze gedachte pas ik op gelijke wijze toe op onze verhouding met de natuur. Op grond van het feit dat er in de toekomst een totale verlossing zal zijn, zowel voor de mens als voor de gehele schepping, behoort de bijbelgetrouwe christen de mens te zijn die - met Gods hulp en in de kracht van Zijn Geest - nu met de natuur handelt in de richting van hoe de natuur dan zal zijn. Dit handelen zal niet volmaakt zijn, maar het moet wel wezenlijk zijn, anders komen we onze roeping niet na. God vraagt van de christenen en van de christelijke gemeenschap om op het gebied van de natuur het wezenlijke herstel  tussen mens en natuur en van de natuur met zichzelf hier en nu reeds te tonen. (Voor zover de christenen dit althans kunnen doen.) Net zo goed als God dat vraagt op het gebied van het persoonlijke, christelijke leven in eerbied en toewijding.

Hier, in dit tegenwoordige leven, is het voor de christen mogelijk om door wetenschap en kunst, mee te werken aan een wezenlijk herstel van de natuur, aan het haar tot juiste plaats en taak brengen. Hoe zal dit gebeuren? Allereerst door nadruk te leggen op de schepping. Dan, in de tweede plaats, door een hernieuwd verstaan van mensgegeven 'heerschappij'' over de natuur. (Genesis 1, regel 28) De mens heeft heerschappij over de 'lagere' orden van de schepping, maar heeft niet het oppergezag over hen. God alleen is de hoogste heer; de 'lagere' orden dienen met erkenning van deze waarheid bestuurd te worden.

De valkuil
De valkuil met heerschappij is dat de mens ze gaat gebruiken als eigen bezittingen. We vinden op dit punt een parallel in de gave van talenten. De talenten behoren zo gebruikt te worden als God bedoelt dat ze gebruikt zullen worden. In de gelijkenis van de talenten die Jezus vertelt in Matheus 25 vanaf regel 15, behoorden de talenten, namelijk het geld, niet toe aan degene bij wie ze achtergelaten waren. Deze was een dienstknecht, een rentmeester, en als zodanig beheerde hij ze voor de echte Eigenaar.
Mogen wij heerschappij hebben over de natuur, zij is niet ons eigendom. Zij behoort God toe! We mogen haar niet beheren alsof we vergunning hebben voor haar exploitatie. We mogen haar slechts beheren als iets wat we in goed vertrouwen in bruikleen ontvangen hebben. We dienen het te gebruiken in het besef dat het ons ten diepste niet toebehoort. De heerschappij van de mens staat onder de heerschappij van God.

Wanner iets autonoom gemaakt wordt, dat wil zeggen op zichzelf staand, boven zijn relaties met iets anders, dan verdwijnt spoedig alle zin.  Dr. Scheaffer heeft dat in zijn boek "Escape from reason" uitgelegd, dat daarmee de natuur de genade verslindt (of omgekeerd). Dat geldt ook hier. Als de natuur autonoom gemaakt wordt, door de materialist, (of ook door de christen, wanneer hij zonder nadenken en verkeerde houding aanneemt.) zal de mens al gauw de natuur verslinden. Dat zien we vandaag. Dan begint de mens op een zeker ogenblik van angst te schreeuwen. dr. Scheaffer is er van overtuigd dat God het daarop laat aankomen. Het probleem is de filosofie van waaruit de mens de natuur beschouwd heeft.

De orde van de schepping
Cruciaal voor een goede filosofie is een juist begrip van de orde van de schepping: Het patroon en het plan ervan, zoals het geopenbaard is door de God die haar maakte. Zo is er de reeks: ding, plant, dier en mens. Elke klasse verder in de reeks kan gebruik maken van de klassen eerder in deze reeks. We zien dat de mens het dier, de plant en de dingen gebruikt. Het dier eet de plant en de plant gebruikt het minerale, onbezielde deel van het heelal. Net zo moeten we de juiste waardering hebben voor het feit dat elke klasse begrensd is door wat het is. Een plant is bijvoorbeeld begrensd door plant te zijn; maar de plant is ook begrensd door de eigenschappen van de klassen waar zij gebruik van maakt, zoals eigenschappen van de grond, waar zij op groeit. De plant kan gewoon niet anders.

Maar dit geldt ook voor de mens. Ook wij kunnen ons eigen universum niet maken. We kunnen alleen wat eerder in de reeks komt gebruiken. Maar er is wel een verschil: het dier, bijvoorbeeld, moet het eerdere in de reeks gebruiken zoals het is. De mens echter kan bewust ingrijpen op wat bestaat, hoewel ook hij enige beperkingen aanvaarden van datgene wat eerder in de reeks is. Dat is een wezenlijk verschil. Het dier eet de plant, zonder meer. Hij kan haar situatie en eigenschappen niet veranderen. Daartegenover moet de mens enige beperkingen aanvaarden, maar hij is toch geroepen in zijn verhouding tot de natuur om bewust met de klassen eerder dan hij om te gaan, op grond van de hoedanigheid die God het gegeven heeft. Het dier en de plant doen dit dwangmatig, de mens behoort het te doen. We zijn gerechtigd de dingen te gebruiken, maar niet als zouden zij in zichzelf niets zijn.

Liefdevolle heerschappij
Laten we het nog eens van een andere kant bekijken. Aan de mens was heerschappij over de schepping gegeven. Dat is waar. Maar sinds de zondeval heeft de mens deze heerschappij verkeerd uitgeoefend. Hij is een rebel die zichzelf in het middelpunt van het universum geplaatst heeft. Op grond van de schepping heeft de mens heerschappij; maar als gevallen schepselheeft hij die heerschappij misbruikt. Omdat de mens gevallen is, exploiteert hij de geschapen dingen alsof zij in zichzelf niets zijn, en alsof hij een autonoom recht op hen heeft.

De mensen die door het verlossingswerk van Jezus Christus weer tot omgang met God gekomen zijn leren weer hun juiste plaats in te nemen, dat verwijst naar de God die leeft. Deze mensen zullen dan toch zeker een juist gebruik van de natuur behoren te laten zien. We behoren heerschappij over haar te voeren, maar we mogen haar niet gebruiken zoals de gevallen mens dat doet. We gaan niet met de natuur handelen alsof zij in zichzelf niets is, of alsof wij met haar mogen doen alles wat maar in onze macht ligt.

De heerschappij van de man over de vrouw vormt hier een parallel. Nadat de mens in zonde viel (niet daarvoor, dacht dr. Schaeffer) is het de man gegeven in zijn huisgezin te heersen over de vrouw. Maar de gevallen mens, die deze opdracht krijgt, doet alsof ze tirannie inhoudt en maakt zijn vrouw tot een slavin. Daarom wordt de mens onderwezen gezag uit te oefenen zonder tirannie, eerst in de thora (de Joodse wetten) en later in het Nieuwe Testament. De man moet het hoofd van zijn gezin zijn, maar hij dient zijn vrouw daarin lief te hebben zoals Christus Zijn christengemeenschap liefheeft!!!

Het falen van de mens (inclusief de kerk)
De mens voert dus heerschappij over de natuur, maar hij doet dit verkeerd. De christen is geroepen om deze heerschappij op de juiste wijze uit te oefenen: de dingen te behandelen als in zichzelf waardevol en heerschappij uitoefenend zonder vernielzucht. Dit behoorde de christengemeenschap, de kerk, altijd al te onderwijzen en in praktijk te brengen, maar hierin heeft zij over het algemeen gefaald. Dit falen dienen wij te erkennen. Hoewel vele christenen het op verschillende tijden hebben ingezien, moeten we stellen dat over het geheel genomen, christelijke leiders, inclusief orthodoxe en wedergeboren theologen, op dit punt verschrikkelijk tekort schoten. Op deze wijze heeft de kerk door de eeuwen heen, zich niet naar behoren uitgesproken tegen het misbruik van de natuur.

De herkansing
Maar wanneer de kerk, de christengemeente, haar geloof in praktijk brengt ten opzichte van de mens en in de natuur, dan is er wezenlijk herstel. Een van de eerste vruchten van dit herstel is een nieuw besef van schoonheid. De esthetische waarden mogen niet veracht worden. De mens, gemaakt als hij is naar het beeld van god, is geschapen met een besef van schoonheid. Zodra een mens op de juiste wijze met de natuur bezig is  - de natuur beheersend, maar niet exploiterend alsof zij in zichzelf waardeloos zou zijn en zich realiserend dat zij evenals zichzelf een schepping van God is -  wordt ook de schoonheid van de natuur bewaard. Bovendien zullen economische en menselijke waarden groeien, want de problemen van de ecologie waar we mee worstelen, zullen dan in omvang afnemen. Christenen moeten gezamenlijk en individueel kunnen tonen, op grond van Jezus werk, dat het handelen met de dingen volgens de bijbelse levensbeschouwing en -filosofie iets teweeg kan brengen, wat de wereld reeds lang heeft geprobeerd, maar zonder succes. De christengemeenschap moet een levende verschijning zijn van deze waarheid: dat het in onze huidige situatie mogelijk is wezenlijk sociologisch herstel en wezenlijk herstel van de natuur teweeg te brengen.

Hoe
De mens heeft heerschappij; hij  heeft recht door keuze, want hij is een ethisch wezen; hij heeft een recht door keuze om heerschappij uit te oefenen. Maar dank zij die keuze behoort hij deze heerschappij ook goed uit te oefenen. Wat God gemaakt heeft dient hij te respecteren tot op het hoogst mogelijke nivo, zonder dat hij de mens opoffert. We worden geacht om de natuur met een bijzonder groot respect te behandelen. We mogen een boom benutten om er een huis van te bouwen, maar we mogen niet een boom omhakken alleen maar om hem om te hakken. Of we mogen de schors van een kurkboom halen om die schors te gebruiken, maar we mogen daarbij niet de boom verder aan zijn lot overlaten, zodat het opdroogt tot een skelet. Dat is geen fatsoenlijke behandeling van de boom! 

En hebben dieren rechten?
Weliswaar niet romantisch alsof het een mens betreft, maar hebben ze niettemin echte rechten? Natuurlijk, God heeft de dieren het recht gegeven te zijn, zoals Hij ze zo gemaakt heeft. Zo is het enerzijds verkeerd om een vis te behandelen als ware het een baby'tje; maar anderzijds is het niet zomaar een stuk hout.

We hebben het recht om onze huizen te zuiveren van mieren. Maar we hebben niet het recht te vergeten dat we de mier moeten eren zoals God hem gemaakt heeft, op de plaats waar God de mier wil zien leven. Als we een mier zien op het trottoir, stappen we over de mier heen. Hij is een schepsel van God, net zoals wij. In deze zin is Fransiscus' gebruik van de uidrukking broeders van de vogels theologisch juist. Sterker nog: een gebruik dat te doordenken en praktisch beoefend zou moeten worden. Zodat we onze verbondenheid als medeschepselen  psychisch gaan aanvoelen als we een boom zien, of een vogel, of een mier.

Veel mensen beseffen in de verte wel dat mens en natuur in een verhouding behoren te staan die ver uitgaat boven die van vernieler en vernielde. Mogelijk wenst u blootsvoets te lopen om uzelf dicht bij de natuur te voelen, of misschien wil u dit niet. Maar de echte vraag is: aan wat voor een relatie heeft u, als christen, gedacht, met de natuur als uw medeschepsel; en welke heeft u beoefend gedurende het afgelopen jaar?

Resultaten
Waarom heb ik een emotionele relatie met de boom? Niet om een of andere abstracte of pragmatische reden, er zijn andere gronden voor zo'n houding. We behandelen de natuur met achting omdat God ze gemaakt heeft. Zodat wanneer deze christen voor een boom staat, hij een emotionele reactie daarop ervaart. De boom heeft namelijk een echte waarde in zichzelf, omdat hij een schepsel van God is. Dit heb ik ook gelijk met de boom: wij zijn beiden door God gemaakt, en niet zomaar tevoorschijn gebracht door het toeval. Dan ontvangen we opeens echte schoonheid. Het leven en de wereld beginnen weer te ademen als nooit tevoren. We kunnen een mens weer liefhebben omwille van hemzelf, want wij weten wie de mens is -  hij is geschapen naar Gods beeld. We kunnen weer zorg dragen voor het dier, de boom en zelfs voor het onbezielde deel van het universum; voor elk overeenkomstig zijn eigen structuur -  want wij weten dat zij allen medeschepselen van ons zijn; allen geschapen door dezelfde God.

Tot slot
Op deze bladzijden zagen we dat een echt bijbels christendom een echt antwoord op de ecologische crisis heeft. Het biedt hier en nu hoop voor wezenlijk herstel van door de zondeval veroorzaakte ziektegevolgen in de natuur. Een herstel dat geboren wordt uit de werkelijkheid van het door Jezus Christus verlost zijn van de zonde-verslaving. Door het langzamerhand weer 'clean' worden van Zijn volgelingen, christenen genoemd, zouden de vervreemdingen (ontstaan ten gevolge van de zonde) hersteld moeten worden. Niet volmaakt nog, maar wel wezenlijk, echt. Het biedt een evenwichtige en gezonde houding over de natuur, geboren uit de werkelijkheid van het door God geschapen zijn.

De vervreemdingen zijn de scheidingen tussen God en mens, de mens en zichzelf, de mensen onderling, de mens en de natuur en de natuurdingen onderling. Een christelijk gefundeerde leven, wetenschap en technologie moeten bewust de natuur als wezenlijk hersteld proberen te zien, terwijl ze wachten op het toekomstige algehele herstel wanneer Jezus terugkomt.