De prototype - gedachte

Op deze page heb ik dr. Schaeffer zich af laten vragen, hoe de christenen die deze dingen geloven, ze ook praktisch kan toepassen op natuur, milieu en leefomgeving.

Dit is een vrucht van alle christenen:
we behoren te laten zien dat de christengemeenschap, door en met Jezus Christus, gedeeltelijk, maar wel wezenlijk, kan bereiken wat ook de niet-christelijke wereld bereiken wil, maar niet kan. Dit is de prototype-gedachte, naar het vergelijk met een prototype-installatie die een prototype levert: als een industriele onderneming een nieuwe installatie wil laten bouwen voor een nieuw product, maken ze er eerst een prototype-installatie. Dit model moet tonen dat de nieuw te bouwen installatie het straks goed zal doen. De christengemeenschap is hiermee te vergelijken. Ze behoort te tonen dat het herstel van de genoemde gebroken verhoudingen inderdaad komen gaat. Ja, tenzij zoiets gebeurt, zal de niet-christelijke wereld echt niet luisteren naar wat de christenen te vertellen hebben.

Dus de christengemeenschap behoort zo'n prototype-installatie te zijn die toont dat in dit tegenwoordige leven de mens over de natuur kan heersen zonder vernielzuchtig te zijn. Dit door individueel en gezamenlijk zo'n houding eigen te maken.

Een aantal voorbeelden laten zien wat dit met zich meebrengt.
Het eerste voorbeeld betreft de ontginning van delfstoffen die aan de oppervlakte van de aarde gewonnen worden; de zogenoemde dagbouw.  Waarom moet dit soort dagbouw overal de wereld in een woestenij veranderen? Waarom is de "Black Country" in het midden van Engeland zo zwart? Waardoor is deze lelijke vernieling van het milieu ontstaan? Er is maar EEN verklaring: de tomeloze hebzucht van de mens. Wanneer de dagbouwers alleen al de bulldozers gebruikten om, voordat ze met de ontginning beginnen, de bovenste grondlaag weg te schuiven, om dan na de ontginning de grond er weer net zo op uit te spreiden, dan zouden er na tien jaar weer groene velden zijn geweest. En na vijftig jaar weer bossen en ander geboomte op die plaats geweest zijn. Maar zo als het nu is wordt er door de mens onnodig een kale vlakte 'geschapen' om redenen van winst, die jegens de natuur boven het redelijke ligt. Terwijl de mens daarna gaat kankeren dat de bovengrond verdwenen is, en dat er geen gras en geboomte meer op kan groeien, misschien wel honderd jaar lang! Het is zo dat wanneer je land wil gaan exploiteren, je steeds tweemaal een keuze moet maken. Het eerste ligt in het vlak van de economie. Het kost meer geld, zeker in het begin, om het land goed te behandelen. De tweede keus heeft te maken met de langere duur van een juiste behandeling van het land. Dit zijn dan ook de twee factoren die tot de vernieling van onze omgeving leiden: geld en tijd. Met andere woorden:

hebzucht en haast.
Dan is de vraag zo (althans zo schijnt het): zullen we doen wat ons directe winst en tijdsbesparing oplevert, of gaan we doen wat we als kinderen van God behoren te doen? Pas dit nu eens toe op dit voorbeeld van de dagbouw. Er is geen goede reden waarom dagbouw het land zo in deze toestand achter moet laten: de goede grond kon met bulldozing behouden worden. Wat wij, de christengemeenschap, moeten doen is de mensen het recht weigeren om ons land te verwoesten, net zo goed als wij hun het recht ontzeggen om onze vrouwen te verkrachten. We behoren er op aan te dringen dat men minder winst neemt door het achterwege laten van uitmergelende exploitatie van de leefomgeving. En de eerste stap is dan het tonen van het feit dat wij als individuele christenen en als christelijke gemeenschappen niet zelf "onze schone zuster" verkrachten wegens hebzucht in welke vorm dan ook.

Hetzelfde zag dr. Schaeffer in Zwitserland gebeuren.
Neem bijvoorbeeld een dorp hoog in de bergen. Het heeft nooit elektriciteit gehad en de mensen hebben er zeg duizend jaar zich goed kunnen redden zonder. Nu plotseling komt 'de beschaving', en iedereen weet dat het niet beschaafd is om geen elektriciteit te hebben. Dus er wordt besloten dat het dorp stroom zal krijgen. Dat kan op twee manieren tot stand worden gebracht. Het dorp kan in ongeveer drie maanden van elektriciteit worden voorzien: kap alles omver, scheur de bossen aan flarden, breng dikke zware bedrading aan boven alles heen, en maak zo lelijkheid van wat schoonheid was. Het kan ook anders: maar kost wel een paar jaar: we kunnen alles voorzichtiger doen met de bedrading door de bossen; verstoppen wat er te verstoppen valt, op de harmonie van de omgeving goed acht geven en zodoende een resultaat bereiken dat ronduit de voorkeur heeft. Het dorp heeft zijn elektriciteit ?n heeft zijn schoonheid behouden. De enige prijs is twee jaar bij al die honderden jaren zonder elektriciteit. Er zijn natuurlijk ook financi?el-economische factoren in het spel, maar de grootste is die van de onnodige haast.

Als christenen nu moeten wij leren "stop" te zeggen. Want uiteindelijk werkt hebzucht in dit opzicht destructief op de natuur. Er moet EEns een tijd zijn om er de tijd voor te nemen.


Nu zal dit niet automatisch tot stand komen!
De wetenschap behandelt tegenwoordig de mens minder dan mens, en de natuur minder dan natuur. Zij heeft namelijk geen besef wat onze werkelijke oorsprong is; en omdat zij er een verkeerd besef ervan heeft, mist de wetenschap een geeikte maatstaf om de natuur als natuur te behandelen, en evenzeer om de mens als mens te behandelen. Bovendien moeten wij als christenen hierbij wel heel bescheiden blijven: wij moeten namelijk bekennen dat wij hierin onze kans gemist hebben. Hoewel christenen zich luidkeels uitgesproken tegen de materialistische wetenschap, maar we hebben weinig gedaan om dat te tonen: wij, als christenen, lieten ons in onze praktijk van alledag ook overheersen door een technologische orientatie op natuur en de mens. Reeds lang hadden we moeten benadrukken EN in de praktijk moeten laten zien, dat er een fundamentele reden is om niet maar alles te doen wat in onze macht ligt. Maar we hebben deze kans gemist om de mens te helpen zijn woonplaats, de aarde, te redden. En dat niet alleen: we zijn in nog altijd hard bezig een evangelische kans te missen. Want als jongeren in deze tijd een echt gevoel voor natuur hebben, dan wenden zij zich af van het christendom. Zij zien namelijk dat de meeste christenen gewoonweg niet geven om de schoonheid van de natuur, of om de natuur al zodanig. Op deze manier hebben de christenen niet alleen een kans gemist om de aarde voor de mens te behouden. Maar zij hebben daarmee ook de kans gemist om de twintigste-eeuwer te bereiken. Dit zijn oorzaken waardoor het christendom zo irrelevant en hulpeloos schijnt te zijn in deze tijd. We leven in, en beoefenen ook, een beneden-christelijkheid.

Een gelijkenis
Er is een parallel tussen het misbruik dat de mens maakt van de leefomgeving en het misbruik dat hij maakt van de mens. Dat zien we op twee gebieden. Neem bijvoorbeeld eens seksuele verhoudingen. Hoe is de houding van de man ten opzichte van de vrouw. Het is mogelijk, en komt veel voor in onze samenleving, om er een 'playboy'-houding er op na te houden. Daarmee wordt de speelkameraad het speelding: de vrouw niet meer dan een lustobject. Maar wat is de christelijke opvatting?  Iemand zou naar voren kunnen brengen, tamelijk romantisch: "Je moet geen genoegen voor jezelf zoeken. Je moet alleen het genoegen voor de ander zoeken." Maar dat is niet iets wat de bijbel ons voorhoudt. We dienen namelijk onze naaste lief te hebben als onszelf. We hebben ook recht op genoegens. Maar we hebben niet het recht om te vergeten dat de vrouw een persoon is, geen dier, plant of machine. We hebben wel het recht op genoegen in een seksuele verhouding, maar geen enkel recht om onze partner te exploiteren als een seks-object. Er dient dus een bewuste begrenzing van onze genoegens te zijn. We stellen een grens - die leggen we onszelf op - om de vrouw eerlijk en voluit als een persoon te behandelen. Dat houdt in: al kan een man 'meer' doen, hij doet dan niet alles wat in zijn macht ligt. Want hij behandelt haar als persoon en niet als een in zichzelf waardeloos voorwerp. Als  hij haar toch zo behandelt, dan verliest hij uiteindelijk zelf bij: want de liefde is weg en al wat overblijft is een stoffelijk bepaalde seksualiteit. De menselijkheid gaat verloren omdat hij haar als minder als menselijk behandeld. Uiteindelijk wordt niet alleen haar menselijkheid gereduceerd, maar de zijne evenzeer. Als hij daarentegen in seksueel opzicht niet alles doet wat in zijn macht ligt, heeft hij uiteindelijk meer, want hij leeft dan in en menselijke verhouding; hij geeft liefde en pleegt niet maar een biologische of mechanische handeling. Het is als een boemerang-effect: die eerste de volle ronde maakt en ten slotte de vernieler vernielt. En dat is het nu precies wat er met de natuur gebeurt. Als we de natuur behandelen alsof zij in zichzelf geen waarde heeft, is de waarde van onse eigen geminimaliseerd.

Een tweede parallel uit het zakenleven.
Er waren allerlei idealisten die riepen: "geen winst, weg met het winstmotief!" Maar zo functioneert de mens niet. Wat ook de val van het communisme verklaart. En de bijbel leert zeker niet dat dit motief als zodanig verkeerd is. Maar ik dien de mens met wie ik in mijn zaken-doen te maken heb te behandelen als mijzelf. Ik moet hem liefhebben als mijn naaste en als mijzelf. Het is best dat ik wat winst zal hebben, maar die moet ik niet verkrijgen door mijn medemens te behandelen (of te exploiteren) louter als consument, als een object. Wanneer ik dat doe, zal ik uiteindelijk niet hem alleen, maar ook mijzelf verlagen. Want ik ben een mens als hij en zal daarmee dus ook mijn eigen waarde naar beneden halen. Een christelijke zakenman, die christelijk handelt, zal moeten weten dat hij handelt met een ander mens, die ook naar het beeld van God geschapen is. Hij moet zichzelf dus een bewuste beperking opleggen. Deze zakenman zal dan zeker wel winst willen aanvaarden, maar zal niet alles doen wat binnen zijn macht ligt om er de grootst mogelijke winst uit te halen. Het eerste deel van de bijbel, het oude testament, is op dit punt heel duidelijk: "Indien u het opperkleed van uw naaste tot pand neemt, zult u het hem VOOR zonsondergang teruggeven, want dat is zijn enige bedekking! (Exodus 22, regel 26) En verder: "Men zal de handmolen of de bovenste molensteen niet tot pand nemen, want dan neemt men het leven tot pand." (Deuteronomium 24, regel 6) Deze woorden geven uitdrukking aan een heel andere mentaliteit dan die welke zogenaamde 'christelijke' zakenmensen vaak kenmerkt. Misschien heet het nog wel kapitalisme, maar dan wel van een heel andere soort! Want hier wordt beseft dat als we andere mensen in het zakenleven of in de industrie als objecten behandelen, wij ook onszelf tot automaten reduceren. (Want wij zijn niet beter of hoger dan die anderen.) Sterker nog: wanneer wij onszelf en anderen in commerciele verhoudingen tot dingen reduceren, ditzelfde langzamerhand ook zal doordringen tot op alle levensterreinen, en het wonder van de menselijkheid gaat verdwijnen.

Begrenzend beginsel?
Nogmaals, de christen doet niet alles wat binnen zijn macht ligt. Hij heeft een begrenzend beginsel. En door minder te doen dan binnen zijn macht ligt, heeft hij meer, want zijn menselijkheid staat op het spel. Een mens behoort niet behandeld te worden als een productiewerktuig, slechts om de grootst mogelijke winst te halen. Een vrouw behoort niet als seks-object behandeld te worden, slechts om de seksuele genoegens. Op het gebied van seks en dat van het zakenleven is het niet alleen rechtmatig om mensen als mensen te behandelen op grond van Gods Schepping, maar het brengt bovendien goede resultaten voort, omdat onze menselijkheid gaat bloeien.
Op het gebied van natuur, milieu en leefomgeving is het precies zo. Als de natuur maar een zinloze bijzonderheid is, en 'ontschapen' wordt, zonder iets universeels dat haar zin geeft, dan is het wonder er uit. Zonder iets universeels boven de bijzonderheden is er geen zin. De wijsgeer Jean-Paul Sartre neemt deze draad op: "Als je een eindig punt hebt, en hetheeft geen oneindig punt waarnaar het verwijst, dan is dat eindige punt absurd." Hij heeft hierin gelijk. Als de natuur en de natuurdingen alleen maar een zinloze serie bijzonderheden zijn, zoner iets universeels om ze zin te geven, dan is de natuur absurd geworden. Het wonder is eruit, evenals uit mij, want ook ik zou dan een eindig ding zijn. Maar christenen blijven erbij dat er iets universeels is, namelijk God. De persoonlijk-oneindige God is het universele van al het bijzondere: Hij heeft al het bijzondere geschapen. Bovendien heeft Hij door de hele bijbel heen uitgedrukt dat Hij met ons verbonden wil zijn en heeft ons daarvoor zijn wetten gegeven, die het kader vormen waarbinnen wij alles in Zijn schepping dienen te behandelen: van mens tot mens, mens tot natuur, en zo voort. Zo hebben zowel ding dat Hij gemaakt heeft, als ik die ook door Hem gemaakt ben, iets wonderlijks, iets ontzagwekkends, iets van echte waarde.

Waarde
Maar we moeten onthouden dat de waarde die ik bewust aan de dingen toeken - elk op zijn eigen nivo - uiteindelijk mijn eigen waarde zal zijn, want ook ik ben eindig. Als ik het wonder van het ding prijsgeef, dan verdwijnt het wonder al gauw uit het mensdom en uit mijzelf. En dat zien we vandaag de dag gebeuren. Het wonder is er geheel en al uit, want de mens bevindt zich in zijn autonome ge-ontschapen wereld. Een wereld waarin geen universele waarden zijn en ook het wonder uit de natuur verloren is gegaan. Zelfs de natuur is op een arrogante en ego-istische manier tot een ding teruggebracht, een ding voor de mens om te gebruiken of te exploiteren. Zelfs als er in de politiek wordt gesproken over het beschermen van het ecologisch evenwicht, dan is dat op een voor de mens nuttig nivo. Zonder dat er rekening gehouden wordt met het feit dat de natuur ook reele waarde in zichzelf heeft. Zo staat de mens weer een kerfje lager in waarde en draait de verder ontmenselijkte technologie de schroeven nog wat harder aan.

Daartegenover wordt de natuur in ere hersteld in de christelijke kijk op de dingen. Ineens komt het wonder weer terug. Maar het is niet genoeg om te geloven dat de natuur een reele zin heeft, alsof het slechts een theorie betreft. De waarheid moet in practijk gebracht worden. We moeten beginnen de natuur naar behoren te behandelen.
We hebben gezien dat de mens zich vrijwillig moet beperken met betrekking tot sex en het maken van winst in industrie en handel. Hij moet niet vanwege hebzucht en haast alle zelf-beperkingen opheffen. We kunnen het ook anders stellen: we moeten niet toestaan dat wij zelf, zowel individueel als ook in onze technologie, alles doen wat binnen onze en haar macht ligt.

Bewust beperken
Het dier kan zich niet bewust beperken. De koe eet gras; zij hoeft daarvoor geen bewust besluit te nemen. Ze doet zoals haar aard het ingeeft en haar enige beperking daarin is haar koe-zijn. Ik, een mens die naar Gods beeld gemaakt is, kan kiezen. Ik kan de natuur dingen aandoen die ik haar niet behoor aan te doen. Dus ik moet mij zelfbeperking opleggen tot wat binnen mijn macht ligt. Het verschrikkelijke van de tegenwoordige mens is dat hij (zowel technologisch als in het individuele leven) alles doet wat binnen zin macht ligt, zonder zelf-discipline. Alles wat kan, doet hij. Hij doodt daarmee de wereld, de mensheid en ... zichzelf.
We hebben gezien dat de mens zich moet beperken, want hij is daartoe moreel verantwoordelijk. Juist omdat ik gemaakt ben naar het beeld van God, heb ik niet het recht om alles te doen wat in mijn macht ligt. Ja, dit is het probleem. Het kwam al op in de hof van Eden. Vanuit de lichamelijke structuur gezien, kon Eva de vrucht eten. En Adam ook. Maar op grond van de tweede grens-voorwaarde (Gods wet en Zijn verhevenheid) was het verkeerd om van de vrucht te eten. Adam en Eva waren namelijk geroepen om zichzelf te beperken: om niet te doen wat zij wel konden doen!

De tegenwoordige mens doet alles wat binnen zijn vermogen ligt, technisch gesproken. Uit dit ene beginsel leeft hij. Want hij beschouwd zich soeverein, zonder iets universeels, niets wat bij machte is om hem een tweede-grens-voorwaarde te verschaffen. Bovendien is de eindige mens, na het paradijs, zondig: dat wil zeggen de in de praktijk genomen keuzen verwijzen niet naar iets dat uitgaat boven het menselijk ego-isme. De mensen rivaliseren tegen elkaar en de mens slokt de natuur op. De mens gedreven door zijn hebzucht, heeft geen enkele oprechte reden om de natuur niet te verkrachten, en om haar niet te behandelen als een consumptie-object. Hij ziet de natuur als waarden-loos, die geen beschermende normen behoeft en ontdaan is van alle rechten. Terwijl de mens in berouw zou moeten bekennen dat hij-zelf het is, door wie de hele schepping lijdt! Bovendien: wanneer de natuur zo zonder echte waarde behandeld wordt - alsof het autonome machines zijn - wordt ze, voor diezelfde mens, zinloos. En dan is het onvermijdelijk dat dezelfde mens - die net zo autonoom is -, net zo zinloos is.

Integriteit...
Maar als we als christenen (zowel individueel als gemeenschappelijk) de dingen die God heeft gemaakt met integriteit behandelen, en dat liefdevol, omdat ze van Hem zijn, dan veranderen de dingen. Als ik de liefdevolle Schepper liefheb, heb ik ook weer lief wat Hij gemaakt heeft. Wellicht ervaren veel christenen daarom een werkelijk manco in hun leven, omdat het met die verhouding niet goed zit. Als ik niet liefheb wat God liefdevol gemaakt heeft - niet alleen de mens, maar ook de hele natuur en milieu - dit alles niet echt liefheb omdat Hij het gemaakt heeft, heb ik dan God wel echt lief? Geloof ik dan dat Hij de schepping echt zal bevrijden van haar onderworpenheid aan dood en verval vanwege onze zonde?
Het is gemakkelijk een getuigschrift van ons geloof te overleggen, maar die kunnen wel eens weinig waard zijn omdat ze geen echte zin hebben. Zij kunnen namelijk het gevolg zijn van een puur verstandelijke instemming die weinig of niets betekent.
Toch moet het duidelijk zijn dat ik de boom, of wat dan ook voor mij staat, niet liefheb omdat dat slechts nuttig is. Het zal echter wel een nuttig resultaat hebben, juist dat resultaat dat men in de ecologie naar op zoek is. Dus hoewel het wel een practisch en nuttig resultaat geeft, is dat niet de reden ervoor: ik doe het omdat het Gods wil is; omdat God de Maker is en het werk van Zijn handen liefheeft. Op die manier komen de dingen onverwacht op de juiste plaats en vormen zij een verwijzing naar de nieuwe paradijstoestand, die komt.

Keuze
Op dit ogenblik zie ik hetgeen voor me is en waarmee ik mij confronteer. Ik doe dit niet als een koe die voor een boterbloem staat, ofwel in een louter stoffelijk bepaalde situatie. Maar ik confronteer mijzelf met hen door keuze. Ik kijk naar de boterbloem en behandel haar naar behoren. Het boterbloempje en ik zijn beide door God geschapen. Maar hier bovenuit gaat het feit dat ik de mogelijkheid heb om door mijn persoonlijke keuze de bloem naar behoren te behandelen. Ik behandel persoonlijk - en ik ben een persoon! Zo ben ik weer een geestelijk mens, en kan weer adem te halen en begin te leven. Dan handel ik ook 'geest-kundig' op een persoonlijk nivo, niet alleen in de omgang met mensen maar ook met de dingen die God gemaakt heeft. Mijn menselijkheid groeit daarmee, mijn complexen brokkelen af en de technocratische opvatting heeft mij niet meer in haar greep. En op deze wijze is er dan plotseling schoonheid in plaats van onherbergzaamheid. Het esthetische aspect verkrijgt daarmee zijn eigen plaats weer. Alleen dat al is erg waardevol. Maar dat is het niet alleen. Het evenwicht van de natuur dat er behoort te zijn, zal dichter benaderd worden en er zal een manier zijn om de natuur te benutten zonder haar samenstellende elementen (en de voor ons nodige grondstoffen) te vernielen.

Zijn
Van dit alles zal echter niets gerealiseerd worden, als het hier slechts om een truc gaat. We behoren in de juiste verhouding tot God te staan, zoals God ons geeft door Jezus Christus. Als volgelingen van christus zullen we dan het juiste zicht krijgen op de natuur en op haar toekomstige verheerlijking. Daardoor zullen we nu reeds een verantwoord beheer van de natuur nastreven. Als we dat geleerd hebben (de christelijke kijk op leefomgeving) dan krijgen we echte ecologie. Schoonheid en vrijheid zullen overvloeien en de wereld zal niet langer tot een dorre woestenij gemaakt worden.
Omdat dit alles waar is en gebaseerd op de bijbel en de hele christelijke leer, sta ik hier, het boterbloempje bekijkend en zeg:
"medeschepsel, medeschepsel, ik zal niet op je trappen. We zijn allebei schepselen."