Waarom een bijbelse visie op leefomgeving?

Oeps
Dr. Schaeffer vertelde, in zijn boek wat een verzameling lezingen is, dat 'christendom' helaas niet automatisch het antwoord is. Een christendom dat berust op een opdeling zoals Plato doet eenvoudig geen recht aan de natuur. Moet droefheid moeten we vaststellen dat veel orthodoxie, veel van zich evangelische noemende christenheid, wortelt in die platonische opvatting, waarin alleen interesse bestaat voor de 'bovenverdieping', voor de hemelse zaken, alleen voor de redding van de ziel (met andere woorden: hoe de ziel in de hemel te krijgen).
Hoewel daarin veel fundamentele / orthodoxe en evangelische woorden worden gebruikt, is er bij de aanhangers weinig of geen belangstelling voor de goede dingen van het natuurlijke en voor de juiste gebruik van het intellect. In zulk een christelijkheid lgt een sterke tendens om 'niets in de natuur te zien', behalve dan dat ze aangegrepen worden als een van de klassieke godsbewijzen. “Kijk eens naar de natuur!”, zegt men dan: “Kijk eens naar de Alpen: God moet ze wel geschapen hebben!”. En daar houdt het dan mee op. De natuur is bij hen slechts een academisch bewijs voor het bestaan van de Schepper geworden, met nauwelijks enige waarde in zichzelf. Christenen met deze kijk tonen weinig oog voor de natuur zelf te hebben. Zij gebruiken haar te zeer als een verdedigingswapen, in plaats van over haar werkelijke waarde na te denken en te spreken.

Een extreem voorbeeld
Een extreem voorbeeld vond dr. Schaeffer in wat Nederlanders de zwarte kousen kerk noemen. deze christenen leven bij een strenge traditie, die niet uitsluit dat zij huisdieren hard mogen behandelen. Want: “ dieren hebben immers geen ziel en gaan niet naar de hemel”. Desondanks willen zij volhouden dat zij bij uitstek de enig ware vorm van christendom vertegenwoordigen. Maar in die houding zijn ze dat niet: deze christeijkheid is er een van een verdraaide versie. Want hun overtuiging - hun gelovigheid betreft – staan ze sterk,  maar velen van hen zijn in staat hun veen te slaan en te kwellen om bovengenoemde reden dat dieren geen ziel of hemelse bestemming hebben en daarom geen diervriendelijke behandeling hoeven te krijgen. Dit vertegenwoordigt een sub-christelijke kijk op de natuur, dat wil zeggen een ONCHRISTELIJKE visie. Soortgelijke gebrek aan bijbelse consequentie kan men ook op vele andere plaatsen aantreffen.

Dr. Schaeffers ervaring met zo'n onchristelijke visie.
In de jaren 60 gaf ik les op een christelijke school. Vlak er tegenover, aan de andere kant van een ravijn, was wat men noemde een hippie-gemeenschap neergestreken (hoewel het geen echte hippies waren). Verderop langs het ravijn kon men bomen en enkele boerderijen zien staan. Hier, zo had men mij verteld, waren 'heidense druivenstronken'. Omdat ik geinteresseerd was klom ik naar de andere zijde van het ravijn en ontmoette een van de leidende figuren van het bohemien – gezelschap.
we bleken het goed met elkaar te kunnen vinden en spraken over de ecologie, waarin ik gelegenheid had iets over het christelijke antwoord op de problemen van het leven en van de ecologie te zeggen. Hij deed mij de eer aan (en ik aanvaarde die als zodanig) mij te vertellen dat ik de eerste van 'de overkant' was die de plaats te zien kreeg waar inderdaad die druivenstronken zich bevonden en aan wie ook het echt heidense beeld dat daar stond, het middelpunt van hun riten, werd getoond. Het geheel was tegen een decor van grieke en romeinse voorstellingen geplaatst.
Toen hij mij dit alles had laten zien, keek hij over het ravijn naar de christelijke school en zei tegen mij: “Kijk daar nu eens, is dat niet lelijk?” En dat was het, ik kon het niet ontkennen. Het was een stijl- en smakeloos gebouw, zonder zelfs maar een paar bomen er om heen.
Op dat ogenblik besefte ik het afschuwelijke van de situatie ten volle. Want als ik naar mijn overkant keek, was de aanblik prachtig. De 'hippies' hadden, zo bleek mij bij mijn bezoek, zelf de moeite genomen hun boevngrondse elektrische leidingen onder de boomkruinen aan te leggen zodat ze vanuit de verte vrijwel onzichtbaar waren. Maar toen ik van hun kant naar de woonplaats van de christelijke gemeenschap, het schoolgebouw, keek zag ik enkel lelijkheid. Dat was het afschuwelijke: Dit is een chriselijkheid die faaltin het zich rekenschap geven van de verantwoordelijkheid die de mens draagt ten opzichte van de natuur, van zijn juiste relatie met haar.

Bermuda-stormvogelBermuda-stormvogel
Toen dr. Schaeffer bezocht in de jaren 1960 Bermuda (vanwege een lezing) en maakte hij kennis van het werk van een jonge man die internationale bekendheid geniet op het terrein van de ecologie. Zijn naam is David B, Wingate. Hij was vooral bekend door zijn pogingen de Bermuda-stormvogel van uitsterving te behoeden. (De Bermuda-stormvogel is een vogel, iets groter dan een duif, die op de slechts enkele eilanden van de Bermuda's broedt.) Wingate heeft zich verscheidene jaren veel moeite gegeven het aantal van deze vogels te doen toenemen. Terwijl we de ronde deden om de nesten te bezichtigen bespraken wij het probleem van de ecologie.
Wingate vertelde mij dat hij dacht de strijd te gaan verliezen, doordat er verhoudingsgewijs nu minder jonge vogels werde uitgebroed dan voorheen.  Als het uitbroeden zich in vroegere verhouding had voortgezet,zou hij al zich een flink eind op weg naar succes hebben bevonden. In plaats daarvan ontdekte hij dat er steeds minder eieren uitkwamen. wat was de oorzaak? Om daar achter te komen nam hij een embryonaal kuikenbuit het ei en ontleedde dat. Hij ontdekte toen dat de weefsels geheel doortreokken waren van DDT. Wingate was ervan overtuigd dat hierin de oorzaak school van de daling van het percentage uitkomende kuikens had ondergaan. (Tussen twee haakjes: dankzij o.a. zijn inspanningen bestaan er in 2013 nog steeds Bermuda-stormvogels!) Het opmerkelijke hierbij was dat de Bermuda-stormvogel zich niet in de nabijheid van het land voedt, maar alleen midden op zee. De conclusie lag voor de hand dat dze vogels de DDT ver weg op de oceaan in zich opneemt. Met andere woorden: het gebruik van DDT op het vasteland vervuilt de gehele zee. Het wordt door de rivieren aangevoerd en veroorzaakt de dood van vogels die zich op zee voeden (Science, 1 maart 1968, pp 979-981).

Dr. Schaeffer vond dit aangrijpend uitgebeeld ergens aan de oceaankust in Californie. Daar had namelijk iemand een grafsteen opgericht waarin de volgende woorden waren gebeiteld:
                            De oceanen werden geboren – (het vermeldt een veronderstelde datum)
                                          De oceanen stierven – Anno 1979
                         De Here heeft gegeven; de mens heeft genomen;
                                          De naam van de mens zij vervloekt.

Wat heeft men 'onze schone zuster' aangedaan?
Het is een feit dat de levensvoorwaarden van de mens vernietigd zullen worden als hij niet in staat is de ecologische problemen op te lossen. En daar ervoeren we (toen dr. Schaeffer het schreef) al  verscheidene gevolgen van. En het zal verder gaan wanneer het evenwicht nog verder wordt verstoord. Het hele vraagstuk van de ecologie wordt de huidige generatiesals het ware voor de voeten geworpen. Ecologie wil zeggen: 'de studie betreffende het evenwicht tusen de levende wezens in de natuur'. Gezien het gangbare gebruik van het woord betekent het echter ook de bestudering van de problematiek, die door de ontwrichting van de natuur wordt veroorzaakt. Op die manier heeft de ecologie verband met waterverontreiniging, luchtvervuiling en geluidshinder in dichtbevolkte gebieden. Van alle kanten en over de hele wereld lezen en horen wij over de bezorgdheid over de natuur en begripsloosheid van mensen hierover, inclusief orthodoxe christenen.
Deze bezorgdheid wordt zelfs tot uitdrukking gebracht in de popmuziek. 'The Doors', om een voorbeeld te noemen, zingen in hun 'Strange Days' het volgende:
                                     Wat heeft men toch met deze aarde gedaan?
                                  Wat heeft men onze schone zuster aangedaan?
                                         Men heeft haar geschoffeerd en beroofd,
                                           Er zijn tanden in gezet en verscheurd...
(zie wikepedia)

De historische wortels van onze ecologische crisis...
Wel ontstaan overal discussies over wat gedaan moet worden. Het tijdschrift Science publiceerde een belangwekkend artikel van Lynn White Jr. met de titel 'De historische wortels van onze ecologische crisis'. (White is hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Californië en Los Angelos. Dit artikel bracht veel discussie op gang, die in brede kring belangstelling wekte.

Hij beweert dat de crisis in de ecologie de schuld is van het christendom. In heldere tekst beredeneert hij dat wij op het gebied van de ecologie nog de verkeerde kijk op de natuur van de christenen heeft. Dat is ondanks dat we nu geen christelijke, maar een na-christelijke wereld vormen. We hebben nog de 'christelijke mentaliteit' overgehouden, wat nog steeds onze houding naar de natuur bepaald. Lynn White baseert zijn beschuldiging op de leer van het christendom dat de mens heerschappij over de natuur bezit en haar als gevolg daarvan op destructieve wijze heeft behandeld.
Lynn White stelt dat er zonder een ander uitgangspunt geen oplossing bestaat voor ecologische vraagstukken, evenmin als die er is voor sociologische problemen. Het menselijk denken zelf moet fundamenteel veranderen.

Het gezichtspunt van de moderne mens in de na-christelijke wereld erkent geen vast normen en mist een peiler waarop kan worden gebouwd. Lynn White ziet de noodzaak van zo'n peiler in op het gebied van de ecologie. Ik citeer: “Wat men aan zijn ecologiedoet hangt af van wat men over zichzelf denkt in relatie tot de omringende dingen. De menselijke ecologie wordt in sterke mate bepaald door wat we geloven omtrent onze aard en bestemming – dat wil zeggen door onze religie”. Dr. Schaeffer denkt dat hij op dit punt volkomen gelijk heeft. De mensen doen wat zij denken. Welke hun wereldbeschouwing ook zijn moge, zij zal gevolgen hebben voor hun optreden in de buitenwereld. Dit geldt voor elk levensgebied en komt tot uitdrukking in zowel de toenmalige studentenopstanden zowel als in de sociologie, in iederen wetenscchap en in de technologie – en ook in de ecologie.

Fransiscus van Assisi?
De oplossing van Lynn White ligt besloten in de vraag: “Waarom gaan we niet terug naar Sint Fransiscus van Assisi?” Zijn beginsel stelt hij tegenover wat hij beschouwt als de 'orthodoxe visie' op de mens die het 'recht' zou hebben roofbouw te plegen op de natuur. Lynn White: “Misschien moeten wij onze aandacht richten op de grootste radicalist in de geschiedenis van het christendom en dat was Fransiscus van Assisi. De sleutel tot het verstaan van Fransiscus en zijn geloof in de deugd van de nederigheid – niet alleen in het individu maar voor de hele mensheid. Hij probeerde de mens te onttronen als koning van over de schepping en een gelijkheid van al Gods schepselen op te richten, de mens inbegrepen.”
Zowel onze huidige wetenschap als de hedendaagse technologie zijn, volgens Lynn White, zodanig besmet met de orthodox-christelijke aanmatiging tegenover de natuur, dat we van die beide alleen geen oplossing van de ecologische problemen kunnen verwachten. De technologie, aldus White, zal dat niet kunnen omdat zij uitgaat van een visie van heerschappij over de natuur die gelijk staat met bandeloze exploitatie. De conclusie van het artikel van Lynn White:
“Waar de wortels van onze kwaal zo sterk religieus van aard zijn, moet de remedie ook werkelijk religieus van aard zijn, of wij dat nu zo noemen of niet. Wij dienen onze aard en onze ambities opnieuw te doordenken en te doorvoelen. Het diep religieuze, zij het ketterse, gevoel van de primitieve Fransiscaners voor de geestelijke autonomie van elk deel van de natuur moge een richting aangeven. Ik stel voor Fransiscus als beschermheilige van de ecologen te verklaren.”


Conclusie
Dus helaas is het 'christendom' niet automatisch het antwoord. Een platonisch denken of een platonische opvatting van het christelijk geloof zal ons met de moeilijkheden laten zitten. Wat dit laatste aangaat heeft Lynn White gelijk. Hij ziet terug op de geschiedenis van het christendom en constateert dat er, wat de natuurbeschouwing betreft, een overmaat aan platonisch denken in verwerkt zit.
Wat is nu het echte, bijbelse christendom en opvatting, die WEL een uitgangspunt biedt om het ecologische probleem op te lossen? Wat moet onze houding zijn ten aanzien van de natuur en hoe dienen wij haar te behandelen? Wat is de bijbelse visie op de natuur? Laten wij nu die vraag eens onder ogen zien.